Grammatica

Home/Grammatica
Grammatica 2017-03-10T15:23:40+00:00

Hoe gebruik je een Meester Gijs grammatica pagina?

Stap 1: Bekijk eerst de video, zet op pauze waar nodig en maak aantekeningen. Stap 2: Bekijk de PowerPoint en maak de oefeningen voordat je doorklikt naar de antwoorden. Stap 3: Onder elke PowerPoint staan verzamelde oefeningen. Begin bij deel 1 (makkelijk en opgedeeld) en werk door tot de een-na-laatste (moeilijk en complex). Stap 4: De allerlaatste oefening is de berucht Meester Gijs quiz. Doe je die foutloos dan snap je het onderwerp. Goede antwoorden worden bewust niet gegeven. Stap 5: Denk nog een keer rustig na over je fouten en probeer het nog eens. Je uitslag komt na het invullen van je gegevens in de ranking te staan.

2017-01-17T15:07:58+00:00

Voorbeeld: Your sister isn't home. Is she? He likes to play tennis. Doesn't he? Yuri worked for Philips. Didn't he?

2017-01-17T15:48:26+00:00

De aanwijzende voornaamwoorden (demonstrative pronouns) zijn: this, that, these, those.

2016-12-29T10:07:36+00:00

Voorbeelden van betrekkelijke voornaamwoorden (relative pronouns): who, whom, whose, which, that, where.

2016-12-29T10:07:34+00:00

Voorbeelden van de bezitsvorm (possessive): Mike's phone, my parents' house, yesterday's news, the capital of Brazil.

2016-12-29T10:07:37+00:00

Voorbeelden van bijvoeglijk naamwoorden (adjectives): good, bad, amazing, terrible, fantastic. Bijbehorende bijwoorden (adverbs): well, badly, amazingly, terribly, fantastically.

2016-12-29T10:07:36+00:00

Voorbeelden van bijwoorden van frequentie (adverbs of frequency): never, seldom, sometimes, regularly, frequently, often, always.

2016-12-29T10:07:36+00:00

Bijwoorden van tijd en plaats (adverbs of time and place) laten zien wanneer en waar iets afspeelt. Ze staan meestal achteraan in de zin. Eerst plaats, dan tijd.

2016-12-29T10:07:35+00:00

Can en could (modals) gebruik je om iets te vragen of te zeggen wat je kunt/kon. Could is beleefder dan can bij het stellen van vragen.

2016-12-29T10:07:33+00:00

Voorbeeld: Hij kan/kon mooi dansen (He can/could dance really well), maar is nu niet in staat (but he isn't able to at the moment).

2016-12-29T10:07:35+00:00

Vragen om toestemming kan met can, could, may. Antwoorden doe je alleen met can, may. Could he stay over? Yes, he can.

2016-12-29T10:07:37+00:00

Praten over de toekomst doe je met de Future tenses: I will come. He is going to leave. We are seeing a movie. My train leaves in 15 minutes.

2016-12-29T10:07:35+00:00

Iets afgesproken? Future Present Continuous: We are leaving tomorrow. Vast tijdstip? Future Present Simple: My plane departs in an hour.

2016-12-29T10:07:35+00:00

De toekomst (Future tense) voor een voorspelling: We will win the match (geen bewijs). We are going to win the match (met bewijs). Iets van plan te doen? I am going to do my homework tonight.

2016-12-29T10:07:35+00:00

Voorbeelden van de gebiedende wijs (imperative): Clean your room! Don't open the fridge! Stay off the grass.

2016-12-29T10:07:35+00:00

De gerund (werkwoord + ing) en de to + infinitief zijn twee varianten van een werkwoord als zelfstandig naamwoord: PLAYING football is my hobby. I prefer TO EAT pasta with a spoon.

2016-12-29T10:07:33+00:00

De hulpwerkwoorden (modals) zijn can, could, will, would, shall, should, ought to, may, might en must. Je gebruikt ze altijd samen met een ander werkwoord.

2016-12-29T10:07:33+00:00

Een if-zin (conditional) gebruik je als je een voorwaarde stelt aan een gevolg. Hier betreft het een onwaarschijnlijke situatie uit het verleden: If I had more time, I would do my homework.

2016-12-29T10:07:33+00:00

Het verschil tussen if (misschien) en when (zeker): If it rains. When I die.

2016-12-29T10:07:33+00:00

De indirecte rede (reported speech) is het doorvertellen van wat je hebt gehoord. Mike: I love lasagne. Me: Mike told me he loved lasagne. Het hoofdwerkwoord gaat altijd één stapje terug in de tijd.

2016-12-29T10:07:36+00:00

Voorbeelden: It's three o'clock PM (15:00). It's five past three AM (03:05). It's a quarter past three PM (15:15). It's half past three PM (15:30). It's twenty-five to four AM (03:35). It's ten to four PM. (15:50)

2016-12-29T10:07:34+00:00

Bij een korte Ja/Nee antwoord herhaal je het hulpwerkwoord . Can you help? Yes, I can. Did he work at KFC? Yes, he did.

2016-12-29T10:07:37+00:00

Met lidwoorden (articles) geef je aan of je het over iets specifieks of algemeens hebt. Did you read a book? (algemeen) of Did you you read the book? (specifiek). Lidwoorden: a, an, the.

2016-12-29T10:07:36+00:00

Soms zet je geen 'the' als lidwoord (article) voor het zelfstandig naamwoord, ook al doe je dat in het Nederlands wel. Ik houd van de lente = I love spring.

2016-12-29T10:07:33+00:00

'Like' en 'as' betekenen beide 'als'. Like is voor de figuurlijke vergelijking (niet echt zo) en as als werkelijke functie.

2016-12-29T10:07:36+00:00

Als er meer dan één van iets is, zet je het zelfstandig naamwoord (noun) in het meervoud (plural). Meestal +s, maar er zijn ook uitzonderingen. One kiss, two kisses.

2016-12-29T10:07:33+00:00

Sommige Engelse zelfstandige naamwoorden (nouns) kennen alleen een meervoudsvariant (pixed plural). Denk aan: stairs, glasses, jeans, scissors, savings.

2016-12-29T10:07:37+00:00

Of je much/many (=veel), little/few (=weinig) en a little/a few (=een beetje) gebruikt is afhankelijke van telbare en ontelbare zelfstandige naamwoorden (nouns).

2016-12-29T10:07:33+00:00

Als iets moet gebruik je must, should of have to. Het verschil is of je zelf vindt dat het moet of niet en hoe dwingend je het wilt zeggen.

2016-12-29T10:07:34+00:00

De negatieve vraag (=negative question) wordt gebruikt om verbasing of twijfel te tonen, maar ook om iets te benadrukken.

2016-12-29T10:07:33+00:00

Onregelmatige werkwoorden (=irregular verbs) zijn werkwoorden die in de verleden tijd (Past Simple) of in de voltooide tijd (Perfect tense) geen -ed krijgen.

2016-12-29T10:07:35+00:00

In een actieve zin voert het onderwerp van de zin de handeling uit: I throw the ball. In een passieve zin (Passive) ondergaat het onderwerp de handeling: The ball is thrown.

2016-12-29T10:07:37+00:00

Gebruik de Past Continuous om aan te geven dat iets een tijdje bezig was. We were doing our homework yesterday evening when Trey called.

2016-12-29T10:07:36+00:00

Je gebruikt de Past Perfect (had + voltooid deelwoord) wanneer je meerdere momenten in het verleden bespreekt. vb: She had texted Eric before Eric saw her at the disco.

2016-12-29T10:07:37+00:00

De Past Simple gebruik je voor alles dat afgelopen is. Twee voorbeelden: I lived in Amersfoort last year. I did my homework yesterday.

2016-12-29T10:07:33+00:00

Een personal pronoun is het onderwerp van de zin, vervangt soms een naam. De possessive determiners staan altijd voor een zelfstandig naamwoord. vb: HE plays tennis with HIS father.

2016-12-29T10:07:37+00:00

Alles wat je NU aan het doen bent zeg je in de Present Continuous tijd. Hiervoor gebruik je 2 werkwoorden: to be (am/is/are) + het actiewerkwoord+ing. vb: 'I am reading this right now.'

2016-12-29T10:07:37+00:00

De Present Perfect heeft zowel betrekking op het verleden als nu. vb: She has played rugby for three years. Ze speelt al 3 jaar en nu nog steeds.

2017-02-27T15:28:02+00:00

De present simple gebruik je als je het hebt over feiten, gewoonten en regelmatigheden. Bij he/she/it voeg je een -s toe achter het werkwoord. vb: He plays, she works, my father washes.

2016-12-29T10:07:33+00:00

Rangtelwoorden (ordinal numbers) gebruik je om een volgorde aan te geven, zoals bij sport. vb: first, second, third.

2016-12-29T10:07:35+00:00

Met should en should have kun je adviseren en beoordelen. Should + werkwoord = advies voor de toekomst. Should have + voltooid deelwoord = verwijt over het verleden.

2016-12-29T10:07:34+00:00

Wanneer je iets of iemand wilt vergelijken kun je so, neither, nor gebruiken. Je gebruikt ze voor het duiden van overeenkomsten. vb: I play tennis. So does he. I can't come. Neither can she.

2016-12-29T10:07:36+00:00

Met some en any ben je minder specifiek dan als je een hoeveelheid noemt. Daarom noemen we ze onbepaalde voornaamwoorden (indefinite pronouns).

2016-12-29T10:07:34+00:00

Naast some en any kun je ook combinaties met one, -body, -thing - where maken om aan tegen dat het exacte aantal, tijdstip of locatie niet/wel uitmaakt; anywhere, sometime, anyone.

2016-12-29T10:07:35+00:00

Het betreft hier de Present en Past Simple, Continuous en Perfect. Tip: Let op de hoeveelheid werkwoorden, de signaalwoorden en welke tijdsperiode het betreft.

2016-12-29T10:07:35+00:00

We onderscheiden de vergrotende trap (He is younger than I am) en de overtreffende trap (He is the youngest). In sommige gevallen gebruik je more en most; The most important rule at school.

2016-12-29T10:07:34+00:00

Voegwoorden leggen verband tussen de verschillende delen in een zin. Je kunt ze gebruiken voor bijvoorbeeld een opsomming (and), een keuze (or), oorzaak (because) of tegenstelling (although).

2016-12-29T10:07:34+00:00

Een voorzetsel kun je gebruiken om een plaats of tijd aan te geven; at school, in summer. Sommige werkwoorden gaan samen met een voorzetsel; to look at, to talk about.

2016-12-29T10:07:35+00:00

Voorzetsels gebruik je om een relatie te leggen tussen een zelfstandig naamwoord of zinsdeel en een tijd (time) of plaats (place). In deze uitleg kijken we naar: at, on, in.

2016-12-29T10:07:36+00:00

Bij het maken van vragen en ontkenningen is het erg belangrijk dat je het verschil kent tussen een hoofd- en een hulpwerkwoord. Voor hulpwerkwoorden gelden dezelfde regels als in het Nederlands.

2016-12-29T10:07:36+00:00

De vraagwoorden zijn What, Which, Who, Why, Where, When en How (much). Je gebruikt ze bij open vragen; je kunt ze niet beantwoorden met ja of nee.

2016-12-29T10:07:36+00:00

Het Engelse vraagwoord what kan ook hoe of waar betekenen, afhankelijk van de zin. Als je maar een keuze vraagt dan gebruik je which als de keuze beperkt is.

2016-12-29T10:07:35+00:00

Woordvolgorde gaat over de structuur van een zin. Denk aan de lokatie van de tijds- en plaatsaanduider, een mogelijk bijwoord van frequentie (always, never, etc.) en het lijdend of meewerkend voorwerp.

2016-12-29T10:07:35+00:00

Als je vraagt of iemand iets wilt/leuk vind gebruik je would like to. Als je zelf iets heel leuk vind, dan kun je ook zeggen: would love to. vb: I would love to see that movie with you!

38 Reacties

  1. nis 19 maart 2017 om 17:06 - Reply

    In het engels gebruik je comma’s op een andere manier dan in het nederlands. Ik heb zelf proberen te googlen hoe het werkt. jammer genoeg ben ik er niet duidelijker opgekommen. weet u hier meer over?

  2. loek 19 maart 2017 om 11:12 - Reply

    waar is the present perfect simple en the present perfect continuous en the past perfect simple en the past perfect continuous en the reported speech

    • Meester Gijs 19 maart 2017 om 12:32 - Reply

      De Pr.Perf.Simple = Present Perfect.
      De Pa.Perf.Simple = Past Perfect
      Reported Speech = indirecte rede
      De Pr.Perf Cont. heb ik nog niet op mijn site. Erg vergelijkbaar met Pre.Perfect, alleen benadruk je zoals met alle continuous tenses de duur/tijd van de handeling.

  3. Bram 15 maart 2017 om 16:37 - Reply

    Heeft u ook iets van used to/be used to/get used to?

  4. max 12 maart 2017 om 11:18 - Reply

    er staat nergens iets over de genitive

  5. anne 5 maart 2017 om 14:46 - Reply

    ik heb veel aan deze site gehad bedankt!!

  6. AXE 5 maart 2017 om 14:24 - Reply

    De grammatica may, might and will, wont. Waar kan ik deze vinden

    • Meester Gijs 10 maart 2017 om 15:13 - Reply

      Die ontbreekt. Zal het toevoegen aan mijn lijstje. 🙂

  7. sanne 23 februari 2017 om 16:29 - Reply

    hallo meester gijs,

    heeft u ook misschien wat uitleg over de passive Voice?

  8. bram de laat 16 februari 2017 om 14:05 - Reply

    hallo meester gijs

    Ik heb nog een goeie nuttige site.
    Hij heet https://quizlet.com/
    Ik hoop dat je het wat vind.

    groetjes
    bram

  9. Silkla 14 februari 2017 om 09:40 - Reply

    Hallo meester gijs!
    Mijn juf vraagt waar meervoud staat?
    We kunnen het er nergens vinden?
    Mvg,
    Silkla

    • Meester Gijs 14 februari 2017 om 23:08 - Reply

      Het staat alfabetisch onder elkaar. Dus bij de m…

  10. yo 13 februari 2017 om 18:14 - Reply

    deze site is echt geweldig so naar meester-G

  11. Anouk boerema 11 februari 2017 om 13:53 - Reply

    Hoi meester Gijs,

    Ik kan de Does en do niet vinden zijn die er wel?

    Groetjes Anouk

  12. lisa 10 februari 2017 om 19:50 - Reply

    kunt u een filmpje maken over if en when

  13. Lotte van Essen 5 februari 2017 om 17:18 - Reply

    Hallo Meester Gijs,

    Ik moet wat weten over de shit regel(he\she\it) maar ik kan het nergens vinden. Weet u misschien waar??
    mvg,
    Lotte

  14. Lisa Ann 3 februari 2017 om 09:58 - Reply

    This is soo good and helpful, thanks!

  15. Max 2 februari 2017 om 14:21 - Reply

    heeft u al iets over what…like and how

  16. Chris 1 februari 2017 om 19:16 - Reply

    Erg nuttig deze site!

  17. Maikel Groeneveld 31 januari 2017 om 20:22 - Reply

    Heey Meester Gijs, u heeft me heel erg geholpen met u fantastische uitleg.
    hopelijk gaat u zo door!

  18. Leonie Hofstede 31 januari 2017 om 18:11 - Reply

    Hoi meester Gijs,

    Waar kan ik passive-active vinden?

    Mvg,

    Leo(nie)

  19. Anis Hayoun 31 januari 2017 om 11:30 - Reply

    it is a nice site

  20. Tom 30 januari 2017 om 09:33 - Reply

    Hallo Meester Gijs,

    Ik wou even zeggen dat ik door u een 10 heb gehaald voor mijn toets en de uitleg is altijd heel duidelijk

    Groetjes Tom

  21. carmen 27 januari 2017 om 13:00 - Reply

    hallo, heeft u ook uitleg over de emphasis?

    • Meester Gijs 28 januari 2017 om 14:21 - Reply

      Nee, Carmen. Wel met little/much/etc., maar verder niet. Sorry

  22. Tuna 23 januari 2017 om 06:16 - Reply

    ik heb de present perect continuous en de past perfect continuous nodig..

  23. hoi 21 januari 2017 om 12:26 - Reply

    where are the intensifiers?

Leave A Comment